Orgel

Bij de bouw van de Fonteinkerk, eind jaren 60 van de vorige eeuw,  werd het orgel niet direct geplaatst. Eerst moest het vocht van de bouwperiode uit het nieuwe gebouw zijn getrokken. Uiteraard werden bouwkundige voorzieningen wel getroffen. Het orgel is uiteindelijk in 1970 gebouwd door de firma K.B. Blank & Zoon uit Herwijnen. De Fonteinkerk werd hier bijgestaan door enkele adviseurs die gelieerd waren aan de Orgelbouw Advies Commissie van de Gereformeerde Organisten Vereniging, te weten de heren Chr. Hanegraaff en A. de Ru.

Het orgel volgens Henk Veldman

Note: de volgende tekst is gebaseerd op een artikel wat eerder verscheen in  ‘Het Historische Orgel’, een 15-delige encyclopedie uitgegeven door ‘Nationaal Instituut voor de Orgelkunst’.

Zowel de kerk als het orgelfront is ontworpen door architect dhr. D. Zuiderhoek. Kerkgebouw stamt uit 1966, het orgel werd in 1970 geplaatst aan de muur van de oostzijde; de licht gebogen wand symboliseert de beschermende hand van God. Qua vormentaal sluit het harmonisch op elkaar aan. De schuine lijnen van het dak van het kerkgebouw zijn ook duidelijk te herkennen in het front.

Henk Veldman

Traditiegetrouw is de opbouw van het orgel (hoofdwerk, borstwerk, pedaal) in het front te lezen. Het pedaal komt visueel tot uiting in de twee grote vlakken rechts, die zijn gescheiden van de drie vlakken links, waarin kleinere pijpen zijn ondergebracht en daarmee het hoofdwerk suggereren. Het borstwerk wordt door twee luikjes, direct boven de speeltafel, afgesloten.

Het lijnenspel is voornamelijk asymmetrisch, toch is er symmetrie te ontdekken, met name door de beide buitenste velden, die elk vijf pijpen bevatten en qua volume dezelfde inhoud hebben. Deze vormentaal van de pijpindeling in het front is louter illustratief, want in het orgel zijn de afzonderlijke werken (hoofdwerk, borstwerk, pedaal) vanzelfsprekend anders verdeeld. Fraai is ook de vormgeving van de bovenlijsten. In paraboolvormen worden de diverse werken onderscheiden, maar ook weer met elkaar verbonden in het middelste vak, waar ze elkaar overlappen.

Een ander opvallend element, waarover de meningen nogal verdeeld zijn, is de witte betonnen draagconstructie. Dit balkon valt op door de afwezigheid van een ondersteuning, het hangt als het ware in de lucht. Dit idee is afkomstig van orgelbalkons uit een ver verleden, waarbij deze zwevende constructie dikwijls werd toegepast. Het beton is nu onbewerkt, maar was vroeger stralend wit geschilderd.

Het is een mooi orgel, dat gebouwd is om de gemeentezang van een volle kerk te kunnen ondersteunen, en is daarom krachtig geïntoneerd. Het biedt door de uitgebreide dispositie tal van mogelijkheden en men raakt er nooit op uitgespeeld.

Dispositie

• Hoofdwerk (manuaal 1): Prestant 8′ – Roerfluit 8′ – Octaaf 4′ – Gemshoorn 4′ – Quint 2⅔’ – Octaaf 2′ – Sesquialter 2⅔’ 2 sterk, vanaf g – Mixtuur 1⅓’ 4-5 sterk – Trompet 8′.
• Borstwerk (manuaal 2): Gedekt 8′ – Roerfluit 4′ – Octaaf 2′ – Nasard 1⅓’ – Scherp 1′ 3 sterk – Dulciaan 8′ – Tremulant.
• Pedaal: Subbas 16′ – Prestant 8′ – Octaaf 4′ – Fagot 16′.
• Koppelingen: Hoofdwerk aan Pedaal – Borstwerk aan Pedaal – Borstwerk aan Hoofdwerk.
Mechanische sleepladen. Manuaalomvang: C-g3. Pedaalomvang: C-f1.

Meer informatie over het kerkgebouw vindt u hier.

orgel fonteinkerk aanzicht
X
X